Afgelopen vakantie heeft mijn zoon me gek gezeurd om een T-shirt met pailletten. Zo’n T-shirt dat van tekening verandert als je over de glimmende gevalletjes heen wrijft. Geweldig. Als ik nog 5 was geweest had ik bij mijn moeder om hetzelfde gezeurd. Op naar het winkelcentrum. Hoe goed we ook zochten met z’n allen, geen enkele jongensafdeling voorzag in de behoefte van mijn zoon. Dikke tranen tot gevolg.

Oplossing: de meisjesafdeling. En jawel, daar lag een hele horde glimmende, veranderende T-shirts voor het oprapen. Hartjes, My Little Pony, sterren. Bedenk het en ze hadden het. Mijn zoon kwam ogen te kort van al dat prachtigs. Hij zocht twee shirts uit: eentje met een pailletten konijn en eentje met een pailletten hart. Ik begon al zenuwachtig heen en weer te schuifelen. Niet omdat ik mijn zoon deze shirts niet wil geven. Verre van! Als hij een roze tutu wil, dan krijgt hij deze ook van mij. Maar omdat ik hem wil beschermen tegen al het kwaad. Pesterige opmerkingen op school, afkeurende blikken van ouders, enfin: een aloude moederkwaal. Bescherm je kroost!


Tegenover die beschermingsdrang staat mijn wens om een zo’n autonoom mogelijk mens af te leveren aan de maatschappij. Best een heftige mentale discussie met mezelf zo midden in de Hennes & Mauritz. De shirts werden betaald, en zoonlief heeft de rest van de middag met zijn H&M-tasje vrolijk door het winkelcentrum gesjokt. Op de camping moest hij natuurlijk één van zijn shirts aan. Dat de mussen dood van het dak vielen, en dit specifieke exemplaar lange mouwen had, deerde hem allerminst. De rest van de vakantie heeft hij afwisselend het konijnenshirt en het hartenshirt aangehad. Had ik dit van tevoren geweten dan had dit mij een hoop inpakstress gescheeld, maar dit geheel terzijde.

De tweede schooldag. Aangezien mijn zoon pas 5 is, leg ik zijn kleren voor hem klaar. Afkeurend kijkt hij naar de set die ik heb klaargelegd. “Ik wil mijn hartenshirt aan!” En poef, mentale discussie weer aan in mijn hoofd. Autonomie heeft gewonnen. Een jas was niet nodig, want dan zag niemand zijn shirt. Smart thinking! Vol trots loopt hij het schoolplein op. De meisjes willen allemaal aan de pailletten zitten, het shirt bleek een heuse “chick-magnet”. Die zoon van mij is best een slimmerik.

Ik zie bij de bijbehorende ouders blikken van verbazing, bewondering en totale afkeuring. En dat mag. Mijn keuzes zijn de jouwe niet, en andersom. En dan gebeurt het: mijn zoon loopt naar me toe om me wat te vragen en een ouder kijkt naar zijn shirt, kijkt naar mij en zegt: “Zo weet je zeker dat je een homo van hem maakt!” Even weet ik niks uit te brengen. Mijn zoon kijkt naar mij en vraagt: “Wat is een homo mama?” Ik glimlach en zeg: “Als jij verliefd bent op een jongen dan ben je een homo lieverd.” Ik werp ondertussen een nijdige blik naar de ouder in kwestie. Mijn zoon glimlacht en zegt: “Dan ben ik soms homo, want ik ben soms op Sara en soms op Daan.” En huppelend loopt hij het schoolplein weer op. Roze wolkjes vullen mijn hart.

In mijn hoofd bedenk ik me dat ik het onderwerp moet laten rusten, dat het meer zegt over deze ouder in kwestie dan over mij, mijn zoon of over mijn opvoedkwaliteiten. Het lukt me maar moeilijk. De bekrompenheid en de dommigheid van deze opmerking zouden de moeite van het reageren niet waard moeten zijn. Mentale oorlog in mijn hoofd!

De schooldeuren gaan open, we persen ons allemaal als sardines door de klapdeuren naar binnen. Alsof het lot ermee speelt, worden ik en deze ouder samen de trechter doorgeduwd. Ik kijk haar aan zeg: “En morgen heeft hij zijn Turtle shirt aan. Met roze nagellak als hij dat wil.” De vrouw kijkt me verbouwereerd aan. “Lastig he, als een vijfjarige meer zelfvertrouwen heeft dan jij?” Ik glimlach vriendelijke en loop dan de klas binnen.

’s Avonds speel ik met mijn zoon. De Cars auto’s vallen de My Little Pony’s aan, want ja: er moet wel gevochten worden. Lachend kruipen we over de vloer. De Cars auto’s in mijn hand, de pony’s in die van hem.