Mijn zoon is ondertussen 7, dus ik vond het een goed idee om hem nu eens bewust de Nationale Dodenherdenking te laten meemaken.

In eerste instantie was meneer vooral heel content met het feit dat hij later dan 20.00 uur naar bed mocht. Zo is het dan ook gewoon. Maar uiteindelijk was hij compleet onder de indruk. Tijdens de 2 minuten stilte, zat hij aandachtig te kijken, leunde tegen me aan en wreef over mijn hand. Keurig stilzittend, niet wiebelend en rustig. Geheel out of charactervan mijn rode dakduivel.

Toen daarna de kransen gelegd werden, besloot ik dat hij ook maar eens naar moest kijken. En ik weet niet waarom, maar het greep me dit jaar extra naar mijn strot. Meer dan één keer zat ik te snikken. De veteraan in zijn rolstoel die zijn groet bracht, de Sinti dame die een traan wegveegt. Ik vond het heftig deze keer.

Dat had niet alleen met deze mooie mensen te maken, maar ook met het feit dat mijn zoon continu vroeg wie die mensen waren, waarom ze een krans legde en oprecht ontdaan was als wij dan uitlegden waarom en hoezo.

Toen ik hem later naar bed bracht, vroeg hij of ik nog even bij hem kwam liggen. Terwijl we samen, dicht tegen elkaar aan, in zijn bed liggen, kijkt hij me aan en zegt: ´Ik heb ook even aan papa gedacht, ook al is hij niet in de oorlog doodgegaan!”

“Ik ook schat, ik ook!”