Flair Column: de 5 fases van rouw

Zodra er iemand in je naast omgeving sterft en je gaat op zoek naar alles wat met rouw te maken heeft, dan kom je al snel uit op de 5 fases van rouw van Elisabeth Kübler Ross. Voorheen werd dit als “de theorie” gezien bij rouw en verliesverwerking. Tegenwoordig is er ook wel wat kritiek op deze theorie.

Veelal wordt gedacht dat de 5 fasen van rouw lineair verlopen. Ofwel: je start met fase 1 en doorloopt alle stappen vervolgens netjes, tot je uiteindelijk bij de laatste fase aankomt. Dit is een misvatting. Zelf mevrouw Kübler Ross zelf heeft zich ooit uitgesproken over hoe haar model verkeerd geïnterpreteerd is. 

De 5 fases van rouw verlopen niet volgens een vast stramien, hebben geen vaste doorlooptijd en het is zeker niet zo dat iedereen elke fase moet doorlopen om uiteindelijke de finish te bereiken. Sterker nog: er is helemaal geen finish!

Hoe verloopt het dan wel? Tsja, daar zijn de meningen over verdeeld. En ondertussen weet ik, zowel als professional als ervaringsdeskundige, dat je echt wel de 5 fases van rouw kunt gebruiken als houvast, maar dat het uiteindelijk een ontzettend persoonlijke route is, waarin iedereen zijn eigen tempo en proces bepaalt.

De 5 fases heb ik in ieder geval allemaal in meerder of mindere mate ervaren, en deze ervaringen deel ik nu met jou.

Ontkenning

Als je de realiteit van je verlies niet onder ogen wilt komen, dan is dan een (on)bewuste vorm van zelfbescherming. De meeste mensen laten hun verdriet in een zelf gekozen tempo toe, om het behapbaar te houden. Dit is meestal een onbewust proces. Er zijn echter ook mensen die in deze fase “blijven hangen” en er alles aan doen om het verlies niet onder ogen te hoeven komen.

Ik kan me herinneren dat ik de eerste weken na de dood van Stefan zijn hoofdkussen een kwartslag gedraaid onder onze deken had gelegd. Met name de eerste maand, legde ik onze deken met zorgvuldigheid over dat kusten, aaide het even en zei dan: “slaap lekker schatje!” Ik betrapte mezelf erop dat ik soms ook ’s nachts tegen dat kussen aan ging liggen. Gek, want in het echt wil ik geen ander lijf tegen me aan. Veel te warm. Maar dat kussen gaf me op dat moment een soort schijn-realiteit. Een nacht waarin “alles weer normaal” was, waarin Stefan niet per ongeluk was doodgeschoten, waarin onze zoon nog een vader had en waarin we nog gewoon een gezinnetje waren.


Uiteindelijk is mijn kussenritueel ter ziele gegaan. Waarschijnlijk is dit onbewust gegaan. Ik kan me in ieder geval niet meer herinneren dat ik hierin een hele bewuste keuze heb gemaakt. Het geeft maar wel aan hoe je, midden in je rouw, toch nog een soort van ontkenning zoekt. Ik ben van nature een enorm pragmatisch en nuchter persoon, dus echt ontkent heb ik het nooit. Maar zo stiekem doen alsof alles nog goed is, is natuurlijk ook een manier van ontkennen.

Boosheid

Wanneer het verlies echt tot iemand is doorgedrongen ontstaat er vaak boosheid en soms zelfs agressie. Het is voor anderen op die momenten lastig om door te dringen bij de persoon die aan het rouwen is. Vaak ligt onder deze boosheid de pijn van het verlies.

Persoonlijk vond ik dit een lastige fase. Boosheid vind ik vaak een nutteloze emotie. Meestal ben je namelijk niet boos, maar verdrietig of machteloos en uit zich dat in boosheid. De week na de dood van Stefan heeft mijn zoon (toen 2 jaar oud) bij vrienden gelogeerd. Ik kon op dat moment niet voor hem zorgen. 2 dagen voor de uitvaart kwam hij weer terug. Hij sliep toen hij thuis kwam. Een zegen (dacht ik nog naïef) want ik had geen idee wat ik tegen hem moest zeggen. Maar van uitstel komt natuurlijk in dit geval geen afstel. Meneertje werd wakker en kroop bij mij op schoot. “Waar is papa?” Ik heb hem uitgelegd dat papa dood was en dat hij dus nooit meer terug zou komen. Mijn zoon werd boos op mij. Hoe durfde ik zo’n stomme grap te maken. Boos stampte hij naar onze slaapkamer.

Hij keek onder ons bed. Hij keek achter de gordijnen. Hij keek in de kast. Hij keek achter de deur. Papa vond hij niet.

De woede die ik toen voelde kan ik met geen pen beschrijven. Ik was pikzwart van binnen. Iemand had mijn zoon dit aangedaan en iemand had mij dit aangedaan. Vanuit die woede heb ik een glas tegen de muur kapot gegooid. Totale machteloosheid natuurlijk. En die boosheid: die gun ik mijn ergste vijand niet!

Marchanderen

Ofwel: onderhandelen. De rouwenden belooft aan zichzelf het één te doen, als er maar iets anders tegenover staat. Het heeft alles te maken met hoop op een goede afloop!

Stefan was bij ons thuis diegene die voor onze zoon zorgde. Ik werkte (meer dan) fulltime en vond mijn baan minstens net zo belangrijk als mijn gezin. Misschien bij vlagen soms wel belangrijker kan ik nu toegeven. Ik had geen idee hoe ik mijn eentje voor onze zoon moest geen zorgen. Werkelijk geen idee! Op de uitvaart sprak ik: “Ik hoop dat ik half zo’n goede moeder wordt, als jij een vader was.” En dat werd mijn houvast. Als ik maar goed voor mijn zoon zorg, dan komt alles goed! Die baan is niet boeiend, mijn sociale leven is niet boeiend, mijn eigen herstel is niet boeiend. Ik zorg voor onze zoon, en dan komt alles goed! Helaas, zo werkt het dus niet. En eigenlijk had het inderdaad alles met onderhandelen te maken. Als ik nou heel goed voor mijn kind zorg, dan komt alles wel weer op zijn pootjes terecht. Het is op zijn pootjes terecht gekomen, alleen juist niet door het nastreven van perfectie op het gebied van ouderschap.

Verdriet / depressie

Zodra er ruimte is om het verdriet van het verlies toe te laten, dan komt het ook in volle glorie. Gevoelens van verdriet, maar ook spijt, angst en onzekerheid kunnen opspelen. Soms dienen zich ook herinneringen aan verlieservaringen uit het verleden op.

Oh wat wilde ik toch af en toe niet meedoen aan de wereld. Mijn bed niet uitkomen, geen boodschappen doen, niet koken maar alleen maar liggen in bed. Douchen was al een te grote opgave voor me. Ik kan me één keer herinneren dat ik besloot om toch op te staan. Onder de douche heb ik enorm staan huilen omdat ik zo trots was dat ik uit bed was gekomen. Toen ik vervolgens naar de kast liep om kleding te pakken, barstte ik weer in tranen uit. Ik keek mijn kast in en dacht alleen maar: “wat heeft het voor zin dat ik me ga aankleden?” De tranen bleven komen en ik ben (fris gedoucht weliswaar) weer terug in bed gekropen. Persoonlijk ben ik ervan overtuigd dat deze fase zo ontzettend belangrijk is, maar dat hier juist de meeste weerstand tegen is. Juist jezelf je verdriet gunnen, gaat je uiteindelijk verder helpen.

Acceptatie

Wanneer iemand de realiteit onder ogen heeft gezien en alle fases heeft doorlopen dan spreekt men van acceptatie. Er is berusting in het verlies en de onthechting kan beginnen.

Hier schuren mijn professionele en persoonlijke ervaringen behoorlijk. Ik denk te begrijpen wat er met acceptatie bedoelt wordt, maar vaak wordt dit verward met “een plekje geven” of “verwerken”. Vanuit mijn persoonlijke ervaring kan ik je verklappen je geeft verlies geen plekje. Ik ken weinig mensen die al hun verliezen bij elkaar op de schoorsteenmantel hebben staan. Verlies verwerk je ook niet. Afval verwerk je, verlies integreer je in je leven. En dat mag je doen op je eigen manier.

De dood van Stefan heb ik (volgens de 5 fases van rouw) prima geaccepteerd. Op sommige dagen een beetje meer dan anderen. Maar ik heb het zeker géén plekje gegeven en ik het al helemaal niet verwerkt. Wel geïntegreerd.

Wat ben ik dan ook blij dat de modernere kijk op rouw gebaseerd is op het integratief rouwmodel. Daar kan ik als professional, maar nog veel meer als ervaringsdeskundige mee uit de voeten. En jij na volgende week denk ik ook.

Happy Mourning!


Alle columns die ik schreef voor Flair over rouw & verlies vind je hier.

Add A Comment