Het is dus vandaag internationale weduwe dag. En daar vind ik iets van. Begrijp me niet verkeerd, als deze dag er zou zijn om je weduwe buurvrouw een handje extra te helpen: prima. Maar ook daar heb je deze dag volgens mij niet voor nodig.

Sowieso ben ik een beetje wars van dit soort “clubjes”. Ik schreef er eerder een stuk over, wat goed weergeeft wat (en vooral waarom) ik tegen dit soort dagen heb.


“Je zou best eens wat kunnen hebben aan lotgenotencontact!”

Ik betwijfel het ten zeerste, want ik heb een enorm vooroordeel over lotgenotencontact. De basis van dit vooroordeel ligt al in mijn tienerjaren. Mijn moeder kwam toen in een rolstoel terecht en daarmee ook in de wereld van lotgenoten.

Dat was geen match! En dat begreep ik ook volkomen. Mijn moeder is een doordouwer, één bonk doorzettingsvermogen. En jawel, ook zij heeft wel eens een dag dat het niet lukt of niet gaat en dat ze moppert en klaagt en zeurt! En dat is prima. Maar zij is, tot op de dag van vandaag, niet haar ellende geworden. En dat vind ik knap! Heel knap. Je zou voor minder jezelf zielig blijven vinden. In het lotgenotencontact dat zij toen had, zaten heus wel mensen met dezelfde positieve instelling, maar het merendeel van deze mensen zijn, en ik probeer het nu netjes te verwoorden, notoire zeikerds!


Dus ja, ik en lotgenoten contact? Ik zag het niet zo zitten eerlijk gezegd! Maar, je kunt ergens pas echt wat van vinden als je het zelf ondergaan hebt, dus eerst doen, dan pas oordelen. En zo begon ik mijn voorzichtige eerste schreden op het lotgenoten pad in een besloten Facebook groep.

Mijn verwachting: hier zijn gelijkgestemden, die me niet veroordelen en waar ik alles kan zeggen!

Realiteit: 1000 vrouwen in een besloten Facebookgroep is nooit zonder oordeel en bij uitstek een heel slecht idee!

Mijn god! Wat een kippenhok. De oordelen van andere vlogen je werkelijk om de oren. Om nog maar niet te spreken over de leedmeter. Voor de geïnteresseerden: het is dus erger als je man sterft aan een ziekte dan aan een ongeval. Blijkbaar. Of was het nou andersom? Ik weet het niet meer, want het slaat namelijk helemaal nergens op! Je man is dood en dat is kut! De één heeft het niet zwaarder of minder zwaar dan jij. Waarom moet ik dit uitleggen?

Perplex was ik. En dat is mild uitgedrukt. En nu ben ik ervan overtuigd dat er ook vrouwen inzaten zoals ik. Die op zoek waren naar tips, naar pepers voor in konten en naar een beetje humor. Persoonlijk ben ik niet snel op mijn mondje gevallen, maar in dit geweld durfde zelfs ik niks meer te zeggen.

So far voor de besloten Facebookgroep. Nadat er één dame zo ongeveer gelyncht werd omdat ze om date-advies vroeg was mijn spreekwoordelijke grens wel bereikt. Gelukkig was daar de knop: “groep verlaten”. Houdoe en bedankt!

Online vond ik duidelijk niet helemaal wat ik zocht. Dus ging ik het live opzoeken. Zo toog ik naar een seminar waar Isa Hoes zou spreken over haar boek en de impact die de dood van haar man op haar en haar kinderen heeft gehad. Nu ben ik stiekem een beetje op Isa, dus daar wilde ik wel graag naar toe. Zogezegd, zo gedaan. Het was een prachtige lezing en ik hing aan haar lippen. Op een bepaald moment was er de mogelijkheid tot vragen stellen. Er kwamen mooie vragen, diepe vragen, onnozele vragen (die bestaan namelijk wel) en er kwam een mededeling. Een hele gekke mededeling.

Verplaats je even in de context. Je zit in een ruimte waarin Isa Hoes net gesproken heeft over de dood van haar man. Ze heeft wat passages uit haar boek voorgelezen, ze heeft verteld over hoe haar kinderen ermee omgaan en wat de impact is op hun leven. Ja? Heb je een goed beeld nu? En dan nu de mededeling:

“Ik vind het wel vervelend dat het alleen maar over zelfdoding gaat. Mijn man is gestorven aan kanker, maar die telt vandaag blijkbaar niet mee.”

Wait what? Dus ik dacht, nu wordt deze mevrouw vriendelijk doch duidelijk terecht gewezen. Toch? Nope! Ze kreeg bijval! En je zag in de zaal een tweedeling ontstaan. De groep die haar bijviel en de groep die met open mond zat te aanschouwen wat er nu net gebeurde. Die laatste groep was overigens aanzienlijk kleiner. Helaas.

Ook live was dus toch niet helemaal wat ik ervan verwacht had, en verward toog ik naar huis. Op dat moment was de naam Lotties geboren. En geloof me, dat bedoel ik geenszins liefkozend.

Ik was op zoek naar herkenning, humor, positieve instellingen, en vond het allemaal maar mondjesmaat binnen de lotgenoten. En toen realiseerde ik me het volgende: Lotgenoten worden gelabeld per soort. Jij bent weduwe! Jij hebt reuma! Jij hebt een burn-out! Jij hebt kanker! En dan word je bij elkaar gefietst en dan ben je een clubje. Een Lottie clubje waarin je in ieder geval allemaal van elkaar weet wat eraan mankeert. Wel zo overzichtelijk. Of het handig is? Ik betwijfel het.

Maar waarom labelen we eigenlijk op soort? Waarom niet op instelling? Alle positieve Lotties graag linksaf en de rest mag zich bij de balie “zwelgen in zelfmedelijden” melden. Als ik namelijk iets van iemand aanneem, dan gaat het me niet om het soort label maar om de persoon.

En of jij dan weduwe bent, kanker hebt of een beperking hebt: I really don’t care! Ik vind jou een leuke labelloze lottie van wie ik wat kan leren, kom je in mijn Het is om te Janke clubje?