Laat me eerst even het fenomeen “pity card” introduceren. Mijn broer was de eerste die met deze term kwam. Stefan was een dag of 3 daarvoor overleden. Ik wilde koffie maken voor iemand en dat klote apparaat weigerde weer eens dienst. Ter info: “dat klote apparaat” was een bonenmachine die Steef voor weinig via Marktplaats op de kop had getikt en dat het vaker niet deed dan wel. Het apparaat weigerde weer eens, op dat moment in mijn leven dat mijn dieet bestond uit koffie en sigaretten. Geen goed idee lieve machine! Met een ferme zwiep (ram is meer op zijn plek in deze context) heb ik “het klote apparaat” zo op de grond gemikt. Binnen een tel of drie stonden mijn moeder en broer in de kamer. Ik schrok van mijn eigen gedrag, zette het op een huilen, en heb wel een keer of 1000 “sorry” gestameld. Mijn broer, lekker pragmatisch, beantwoorde dit met “Janke, het maakt allemaal niks uit, jij mag nu alles. Je hebt je pity card!” En daar was mijn pity card geboren. De pity card heeft het best een tijd volgehouden. Tot mijn familie het tijd vond om er een houdbaarheidsdatum aan te hangen. Zo jammer!

De houdbaarheidsdatum van mijn pity card is al een tijd verlopen. Ik heb nog de optie om een sporadische mini kaart te spelen, maar over de gehele linie genomen kan ik de echte pity card niet meer inzetten.


2 jaar geleden besloot ik te verhuizen. En dan naar een huis waarin werkelijk alles nog moest gebeuren. Dit bleek een zegen in vermomming, want ik kon lekker alles doen zoals ik het wilde hebben. Ik hoefde nergens concessies te doen. Lang leve de hysterische huizenmarkt in Amsterdam! (En lang leve Stefan die zo gedramd had om dit specifieke appartement in Amsterdam te kopen, zo is het ook)

Mijn huis schoot al een heel eind op. Ik was al verhuisd en het enige “grote” wat nog moest gebeuren was het bekleden van de trap. Ik moest de trap “schoon” opleveren. Wat zoveel betekent als alle oude rotzooi eraf, inclusief lijmresten, spijkers en nietjes. De aannemer had aangenomen dat ik dit zelf zou doen en ik had aangenomen dat hij het zou regelen. Knap staaltje miscommunicatie. De trap was in ieder geval niet schoon toen deze bekleed moest worden en de meneer die de trap kwam bekleden was alles behalve blij. Terwijl de lieve man al mopperend aan een bakje koffie zat, begon ik vol goede moed aan het nietjes en spijker vrij maken van de trap naar zolder. Ik mocht zelfs zijn gereedschap gebruiken. Hulde!

20 minuten verder was mijn irritatiegrens redelijk bereikt, en die van de lieve meneer was er al ruim overheen. Ik brak ook nog eens zijn fijnste mesje af op zo’n klote spijker. Het was een gezellige boel. De trap-bekleed-meneer is aan het werk gegaan, en ik begon met de andere trap. Mijn zoon wilde graag helpen, maar mijn pedagogische instinct zei me dat spijker, nietjes en een mes om deze eruit te wrikken niet de beste combinatie was. Zoonlief ook boos. Het werd met de seconde gezelliger.

De meneer besloot even pauze te nemen en een broodje te eten. Stoïcijns ging ik door met het vakkundig verwijderen van alle ijzerwaren uit de trap. De man keek redelijk pissig mijn kant uit en schudde nee terwijl hij zwijgzaam zijn broodje at. Na zijn schijf van 5 lunch stond hij op, kwam onderaan de trap staan (waar mijn zoon op dat moment ook stond) en vroeg: “kunt u niet even uw man bellen dat hij naar huis komt en het zelf even doet, dat gaat vast sneller?” Er viel een stilte die mij de tijd gaf om na te denken of, en hoe, ik zou reageren op deze meneer. De stilte werd doorbroken door mijn zoon van toen 3 die zei (inclusief eye-roll) “Ja, dat kan dus niet! Die is per ongeluk doodgeschoten!” Een dikke zucht kwam er achteraan. Alsof mijn zoon dacht: “Jezus, dat weet toch iedereen! Wat een domme meneer.”

De trap meneer keek vragend naar mij. Ik heb mijn schouders opgehaald, de beste man aangekeken en een beetje schaapachtig gemeld dat mijn zoon niet aan het liegen was. De kop die de beste man trok kan ik denk het beste vergelijken met pure shock en horror. Je zag dat er van alles gebeurde in zijn bovenkamer.

Ik boog me weer naar de trap om verder te gaan met de eindeloze stroom aan nietjes en spijkers toen ik een hand voelde die het mes uit mijn handen haalde. “Ik doe het wel mevrouw, gaat u maar wat leuks doen met uw zoon.

Het is een prachtige trap geworden!