zsuzsanna uithuis

“We hebben gekozen voor het beste van het slechtste”

Zsuzsanna Methorst (getrouwd, 3 kinderen)

“Uiteindelijk hebben we gekozen voor het beste van het slechtste.” Het blijft even stil aan de andere kant van de telefoon. “Weet je, het is nog zo’n taboe om je eigen kind uit huis te plaatsen, dat los van je eigen gevoel van falen als moeder, dit ook nog eens door de buitenwereld bevestigd wordt. Pijnlijk.”

Zsuzsanna wil het taboe, en alle vooroordelen die er zijn over het uit huis plaatsen van een kind, de wereld uit helpen. Al eerder heeft  Pleegzorg Nederland een stuk van Zsuzsanna geplaatst over haar eigen verhaal. Hier kreeg Zsuzsanna zulke mooie reacties van andere ouders in diezelfde situatie. Ze bedankte haar voor het feit dat ze het lef had gehad om op te staan, omdat velen dat zelf niet durven. “Dat is hartstikke lief en mooi natuurlijk, maar het geeft maar wel aan hoe diep de schaamte en de angst voor veroordeling zit.”

Er was een kinderwens bij Zsuzsanna en haar man, dat stond vast. Maar door een aandoening bij Zsuzsanna, is het voor hen zo goed als onmogelijk om op “natuurlijke wijze” zwanger te worden. Er startte een traject met hormonen en ze werd zwanger. Na een prima zwangerschap kwam Mike ter wereld. Ze hebben een zoon. Zsuzsanna maakt zich in de jaren die daarop volgen regelmatig zorgen om Mike. “Mike huilde altijd heel veel en had enorme boze buien.” Weer blijft het even stil. “Ik wist gewoon dat er wat was, maar ik kon mijn vinger niet op de zere plek krijgen.”


Na een volgende hormoonbehandeling is Zsuzsanna weer zwanger. “En eigenlijk was ik net op een punt gekomen dat ik wilde stoppen met die hormonen. Ik zat zowat tegen het plafond zo vol zat ik ermee.” Een uitbundige lach volgt. Het bleek een tweeling te zijn. “Ik was in paniek! Hoe gaan we dat in godsnaam doen?” Een week of 3 later was de paniek wat weggeëbd en raakte Zsuzsanna aan het idee gewend. Toen ze 24 weken zwanger was, kreeg ze weeën. Uiteindelijk werden die in het ziekenhuis onder controle gehouden en kreeg zij totale bedrust voor geschreven. “Ik heb daarna echt niet meer van die zwangerschap genoten hoor. En het gekke is, je doet wel alsof voor de buitenwereld, want ja: je hebt natuurlijk enorm moeite gedaan om zwanger te worden. Dan mag je dus niet zeuren.”

Met 35 weken volgde er een keizersnede. Omdat er tot 3 keer toe verkeerd werd geprikt met de ruggenprik werd Zsuzsanna onder algehele narcose gebracht. “Dan ben je dus niet bij de bevalling van je kinderen, je dochters. Dat is heel gek. Want toen ik ze later voor het eerst zag dacht ik ook: ja, geen idee of dit die van mijn zijn.” Het viel haar zwaar om op deze manier te bevallen en thuis werd het er niet makkelijker op.

Mike, toen 3, liet steeds meer boos gedrag zien. Hij was extreem jaloers op zijn zusjes. “Ik kon hem niet alleen laten als de meiden bijvoorbeeld in de box lagen. Dan kneep hij ze, of legde zijn hand op hun mondjes.” Het blijft even stil. “Erg toch eigenlijk?” Toen Zsuzsanna het consultatiebureau om hulp vroeg werd ze, voor haar gevoel afgescheept. “Het komt door zijn zusjes, hij moet gewoon even wennen.” Ze zucht, “ja natuurlijk moest hij wennen, maar dit gedrag was wel heel extreem.” En dan start de zoektocht naar hulp.

Mike wordt door een organisatie onderzocht op autisme. Om autisme vast te stellen moet er bij een bepaald onderzoek 15 punten worden gescoord. Mike scoort er 14. Dus het gezin kan weer naar huis. “Wij kunnen jullie niet helpen, want er is niks. Dat kan toch niet.” Je hoort nog steeds de verbouwereerdheid in de stem van Zsuzsanna.

Na wat omwegen komt het gezin uiteindelijk terecht bij Kindertherapeuticum in Zeist. Hier worden ze goed ondersteund en begeleid. Mike krijgt de diagnose ASS. Hij wisselt van een reguliere school naar een cluster-4 school. Maar hoe ouder Mike wordt, hoe bozer zijn buien worden, en hoe onvoorspelbaarder zijn gedrag wordt. “Het is continu aantrekken en afstoten, en hij manipuleerde alles bij elkaar.” Ook naar zijn zusjes toe blijft Mike onberekenbaar. Uiteindelijk liep het hele gezin op eieren. Er kwam begeleiding aan huis en Mike ging in de weekenden naar een zorgboerderij. “Er was eigenlijk nooit rust in huis, er was altijd stress, en dat had ook z’n weerslag op mij en de rest van ons gezin.”

Na een zwaar weekend (Mike moest via een houdgreep in de taxi naar de Zorgboerderij gezet worden) volgt er thuis een escalatie.  In de ochtend daagt hij zijn moeder uit. Hij geeft aan weer zo dwars te gaan liggen dat ze hem weer in een houdgreep moet nemen. En als hij die middag terugkomt van school vertelt de chauffeur van de taxi aan Zsuzsanna dat Mike zijn kop helemaal verkeerd heeft staan, maar dat hij niet heeft kunnen achterhalen wat er is. Tijdens het eten begint Mike weer te manipuleren en te liegen. Hij roept 10 minuten achter elkaar “toetje toetje toetje toetje toetje toetje!”

En Zsuzsanna vliegt hem voor het eerst aan. Hoewel ze mist realiseert ze zich direct dat dit zo niet verder kan.

“Ik ben zo’n rustig persoon, en heb engelengeduld met mijn kinderen. Maar er knapte iets bij me op dat moment.” Een snik volgt. “Er knapte iets en ik realiseerde me dat ik dit niet meer kon op deze manier. De moeder-kind relatie was helemaal kapot.” Zsuzsanna snikt. “En dat doet zo’n pijn!”

Diezelfde avond nog stuurt Zsuzsanna een mail naar de hulpverleners en één en ander komt meteen de volgende dag op gang. “Die hulpverleners verdienen een medaille. Die hebben ons toch zo goed ondersteund.” Er wordt een crisis-pleeggezin gevonden waar Mike naar toe kan. “Ja,” Zsuzsanna zucht, “ik werd van binnen verscheurd. Je voelt pijn en weerstand, maar je voelt ook opluchting. Het schuurt aan alle kanten.” Eigenlijk kon Mike diezelfde avond al naar het pleeggezin, maar dat wil ze niet. “Dat werd me toch echt een beetje te gortig allemaal.” De volgende dag brengen ze Mike naar het pleeggezin. “Ze adviseren om het afscheid snel te doen, binnen 30 minuten, anders wordt het allemaal nog zoveel moeilijker.” Dus dat doen ze, met pijn in hun hart. 4 weken is er geen contact. Zowel het gezin als Mike heeft die tijd nodig om te resetten. “En dat is eigenlijk net een rouwproces.” Er volgt weer een stilte. “Nee, niet net een rouwproces. Het is een rouwproces.”

De crisisopvang bij een pleeggezin duurt eigenlijk maximaal 3 maanden. Zsuzsanna en haar man realiseren zich al snel dat dit eigenlijk een langere termijn oplossing zou kunnen zijn. Ze zien Mike opbloeien, en dat is voor hun van belang. “Er was natuurlijk ook zoveel kapot binnen ons gezin. Daarbij voor zijn eigen bestwil en zijn eigen ontwikkeling was het gewoon beter als hij niet meer naar huis zou komen.”

Er wordt een vast pleeggezin gezocht en gevonden voor Mike. Op een boerderij. Mike voelt zich er helemaal thuis. “Nu krijgen we in de weekenden echt een boerenjongen thuis.” Weer die uitbundige lach. “Heerlijk, je ziet het geluk er vanaf druipen.” Wat ze blijven benadrukken aan Mike is: “we houden altijd van je, waar je ook bent, waar je ook woont en bij ons blijft altijd je thuis.”

En nog steeds is Zsuzsanna soms in gevecht met haar gevoel en haar verstand. Zijn geluk is het allerbelangrijkste, en dat maakt zo’n beslissing moeilijk, ingewikkeld en pijnlijk. Toen Mike vorig weekend thuis werd opgehaald door zijn pleegvader was Zsuzsanna al naar boven gelopen om de was op te hangen toen Mike ineens weer achter haar stond. “Ik bedenk me ineens mama, dat ik je nog geen knuffel heb gegeven voor ik wegga.” Hij knuffelt zijn moeder en laat haar in tranen achter. Tranen van het schuren, tranen van verdriet en tranen van geluk.

“Dit is mijn kind op zijn gelukkigst!”


Door Odette Sorber

Zsuzsanna heeft op haar schoorsteenmantel een gedichtje staan dat ze ooit heeft laten maken door Odette Sorber. Ze heeft Odette gevraagd haar gevoel in een gedicht te verwoorden. “Dit gedicht is voor mij de mooiste samenvatting van mijn innerlijk strijd. Ik zou hem graag willen delen, omdat ik geloof dat anderen in deze positie hier baat bij zouden kunnen hebben.” Als ze me later de foto van het gedichtje mailt, veeg ik een traan van mijn wang.

Add A Comment