Weduweregel 4: Gij zult praten

Janke Verhagen (37) verloor haar man in 2014 bij een ‘vergismoord’.Voor LINDA.nl beschrijft ze in de columnreeks Weduweregels’ hoe ze nu verder leeft en aan welke ongeschreven regels ze zich blijkbaar moet houden.

Dit is aflevering 4: ‘Gij zult praten’.

EEN VLOEDGOLF AAN VRAGEN

“Hoe voel je je?” “Ik denk echt dat je er over moet praten, dat lucht op.” “Misschien kan je er met een professional over praten.” “Wat gaat er nou echt door je heen?” “Wil je misschien even schelden, dat mag hoor.” “Je gevoelens uiten is echt heel belangrijk.”

HET VERLANGEN NAAR STILTE

En ik dacht alleen maar: “Ik verlang zo naar stilte.” Gewoon die stilte dat je samen op de bank zit en dat er dan even helemaal niet gepraat hoeft te worden. Dat je gewoon aan je koffie lurkt, gedachteloos een handje M&M’s naar binnen schuift en dat er dan verder alleen maar stilte is. Oh wat verlangde ik daar naar. Stilte. Maar ja, rouwbezoek kletst. Veel ook trouwens. En het is ook lastig, een stilte laten vallen. Want wat als ze gaat huilen, wat als de verkeerde dingen gezegd worden, wat als? Ik snap het wel. Maar dat eeuwige geklets om me heen. Ik werd er niet goed van.

JA IS HET ANTWOORD

En als je dan niks terug zegt dan wordt het helemaal lastig. Stiltes zijn nou eenmaal niet voor iedereen gemaakt. Ik zei vaak niks, omdat ik oprecht even niks te zeggen had. Ja, ik mis hem. Ja, ik ben verdrietig. Ja, ik probeer te eten. Ja, met onze zoon gaat het goed. Ja-ha vreselijk. Maar geen bezoek meer laten komen, dat was me ook weer een brug te ver.

De aanwezigheid van mensen deed me verschrikkelijk veel goed. Ze hoefden helemaal niks te zeggen. En ik trouwens ook niet. Gewoon er zijn en een pot koffie zetten was vaak al meer dan genoeg. Thee, bij hoge uitzondering, wilde ik ook nog wel eens drinken.

JA KNIKKEN OF NEE SCHUDDEN

Al die vragen die het rouwbezoek op me afvuurde waren te veel. Te heftig. Te onoverzichtelijk. Gesloten vragen kon ik nog hanteren. Gewoon ja knikken of nee schudden is zelfs in tijden van ellende nog te overzien. Maar een open vraag. Mijn god, dan moest ik dus zelf nadenken, en dat was nou net de vaardigheid die me compleet in de steek had gelaten. Zelfs een vraag als “Wat wil je eten vanavond?” was voor mij veel te groot. Je had me net zo goed naar de stelling van Pythagoras kunnen vragen, dan was ik je het antwoord ook schuldig gebleven. Eten? Hoezo eten? Dus een vraag als “Hoe voel je je?” Tja, dat wist ik zelf eigenlijk niet zo goed. Hoe voel ik me eigenlijk? In de war, verdrietig, opstandig? Zeg het maar.

JEZUS JANKE

Er komen gedachten voorbij waar ik zelf niks van snap. “Zal ik ze vertellen over die droom die ik heb gehad dat Stefan vermoord werd maanden geleden?” Jezus Janke. Er komen gedachten voorbij waar ik van schrik. “Als nu de man voor me staat die dit op zijn geweten heeft, dan steek ik een mes tussen zijn ribben.” Jezus Janke. Er komen gedachten voorbij waar ik me zelfs een beetje voor schaam. “Nu hij dood is, kan ik misschien een keer een poging wagen bij die collega met wie ik zo’n chemie heb.” Jezus Janke.

‘IK HAD STAREN TOT EEN KUNST VERHEVEN’

Dus was zwijgen de betere optie had ik besloten. Daarbij, ik had uit het raam staren tot een soort kunst verheven. Over koetjes en kalfjes wilde ik nog wel kletsen, maar grote onderwerpen ging ik uit de weg. Behalve als het mij uitkwam. Zo werkt dat.

SPORADISCHE PRAATBUIEN

Als het mij uitkwam dan werd mijn rouwbezoek getrakteerd op een verhaal waar geen touw aan vast te knopen was. Met 263 plottwists, herhalingen, geen kop en al helemaal geen staart. Aangevuld met: “Ben ik een beetje te volgen?” Nee, natuurlijk was ik niet te volgen, en dat hoeft ook helemaal niet. Zo’n praatbui gaf mij de mogelijkheid om al die gedachten, al die herinneringen, al die nare dingen die ik gezien had een deel te maken van het grotere geheel. Dat geheel is zich nog aan het vormen, en zelfs nu helpt zo’n sporadische praatbui daarbij. Bij rouwen hoort praten. Bij rouwen hoort zwijgen.

DUIDELIJKHEID BOEKT RESULTAAT

En anders moet je maar gewoon een beetje duidelijk zijn:

“Hoe voel je je?” Stilte.“Maar zeg nou even wat er door je heen gaat.” Stilte.“Het is beter dat je erover praat.” Stilte. “Janke, je gevoelens uiten is echt heel belangrijk.” Stilte. “Maar wat wil je dan?” “Dat je gewoon even 10 minuten je snater houdt.”

Gij zult praten: maar alleen als je daar zin in hebt, en dan soms alleen om anderen te vertellen dat ze hun mond eens even lekker moeten houden.

Add A Comment