Weduweregel 9: Gij zult geen lelijke dingen zeggen over de overledene

Janke Verhagen (37) verloor haar man in 2014 bij een ‘vergismoord’. Voor LINDA.nl beschrijft ze in de columnreeks ‘Weduweregels’ hoe ze nu verder leeft en aan welke ongeschreven regels ze zich blijkbaar moet houden.

Dit is aflevering 9: ‘Gij zult geen lelijke dingen zeggen over de overleden’.

WEDUWE JANKES UITSPRAAK

“Ik weet niet of Stefan en ik samen 80 waren geworden, ik betwijfel het ten zeerste.” Er valt een doodse stilte en ik vraag me ineens af of ik dat wel had mogen zeggen. Stefan is dood, blijkbaar mag ik alleen maar aardige dingen zeggen.

UPS EN DOWNS

Maar ja, hij was niet altijd aardig. Net als de meeste mensen overigens. Ik ben ook niet altijd aardig. Daarbij had onze relatie heel serieuze ups en downs. Voor onze laatste vakantie samen, heb ik letterlijk op het punt gestaan om Stefan de deur uit te schoppen.

OFFICIËLE VERKERING

De jaren die we samen hebben gehad, waren wild. En dat is een understatement. Binnen drie maanden na onze officiële verkering was ik (gepland) zwanger. Stefan startte met een vriend een eigen restaurant. Tegen het einde van mijn zwangerschap was mijn werkgever failliet gegaan, net als het restaurant van Stefan. Daarom zaten we samen thuis. Op de bank. Zonder inkomen. Naar elkaar te kijken.

‘HIJ HAD WEER EEN DOEL’

Toen onze zoon geboren werd, veranderde er iets bij Stefan. Hij had weer een doel: hij was vader. Ik zat vier dagen na mijn bevalling te solliciteren, want ja: er moest wel inkomen zijn. En zo ontstond er een rolverdeling waarbij ik werkte en Stefan de zorgtaken op zich nam. Wat voor ons allebei de perfecte verdeling was.

MOEGESTREDEN

Maar het faillissement van zijn eigen zaak hing als een zwaard van Damocles boven ons. En eerlijk is eerlijk, de manier waarop hij dit op wilde lossen, verdiende niet altijd de schoonheidsprijs. En daar wrong het enorm tussen ons. Op zijn eigen wijze heeft hij al zijn schulden afbetaald. Dat moet ik hem nageven. En vlak voor die laatste vakantie samen, amper drie weken voor hij vermoord zou worden, was ik kapot. Moegestreden. Ik kon niet meer. En dat heb ik hem verteld in niet mis te verstane woorden.

GEZAMENLIJKE THERAPIE

De vakantie was heerlijk. Mijn uitbarsting van daarvoor had mijn hoofd geleegd en ik kon weer genieten van de tijd die we met zijn drieën hadden. Toen hij op 12 juli 2014 naar zijn broer vertrok om uiteindelijk nooit meer thuis te komen, hing ik aan de telefoon met mijn moeder: “Ik weet niet of we het gaan redden samen, maar ik wil het in ieder geval nog proberen,” zei ik tegen haar. Die kans heb ik nooit meer gekregen. De dinsdag na de moord belde ik onze eerste gezamenlijke therapieafspraak af.

ZWIJGEN OVER PROBLEMEN

Heel lang heb ik, na de moord op Stefan, gezwegen over onze problemen. Over mijn twijfel. Over onze houdbaarheidsdatum. Ik durfde het niet uit te spreken, omdat ik dacht dat ik dan minder recht had op mijn verdriet. Er is zelfs een tijd geweest dat ik, praktisch als ik ben, dacht dat mijn hele rouwproces wel makkelijker zou verlopen vanwege mijn twijfel aan onze houdbaarheidsdatum.

‘JE MAG NIET ZEUREN DAT HIJ DOOD IS’

En toen ik mezelf eenmaal uitsprak hierover, waren de reacties niet mals. “Dat kun je niet zeggen. Je moet alleen de goede dingen bespreken. Dan moet je ook niet zeuren dat hij nu dood is.” Dat doet pijn. Want hoe dik mijn huid ook is, dit soort opmerkingen komen binnen. Of we samen 80 waren geworden? Ik betwijfel het nog steeds ten zeerste, maar dat had ik graag aan de levende lijve willen ondervinden.

Weduweregel 9:

Gij zult geen lelijke dingen zeggen over de overleden: Behalve als het de waarheid is, want die mag altijd gezegd worden.

Add A Comment