Weduweregels | Interview Linda.nl

Janke Verhagen (37) verloor haar man in 2014 bij een ‘vergismoord’. Voor LINDA.nl beschrijft ze in de nieuwe columnreeks ‘Weduweregels’hoe ze verder gaat. En aan welke ongeschreven regels ze zich blijkbaar moet houden. Vandaag stellen we haar even voor.

Het is 13 juli 2014 als Stefan Eggermont, de vriend van Janke Verhagen (36), wordt doodgeschoten. Een ‘vergismoord’, zo blijkt later. 

Hoe pak je in hemelsnaam het leven weer op als de vader van je tweejarige zoontje wordt vermoord? Daarover schrijft Janke vanaf vandaag een columnreeks voor LINDA.nl: De Weduweregels.

KOPJE KOFFIE

“We waren net terug van een vakantie met zijn tweeën. Ruy (nu 7 jaar), onze zoon, was op dat moment nog bij vrienden”, vertelt Janke als we haar spreken. “Stefan zou het WK voetbal gaan kijken in Amstelveen, maar ik vond het ineens heel ongezellig dat hij al wilde gaan. ‘Laten we dan nog even samen een kopje koffie drinken in de tuin’, zei ik. Dus dat deden we. Daarna ging hij weg met de auto, dus ik wist ook dat hij niet heel lang in de kroeg zou blijven hangen.”

‘JEZUS, LEEF JE NOG OF ZO?’

“Het werd later en later en ik hoorde maar niets van hem. Ik werd al gauw pissig en stuurde hem appjes met de vraag waar hij nou bleef. Op een gegeven moment heb ik zelfs gestuurd: ‘Jezus, leef je nog of zo?’ Achteraf ontving hij dat waarschijnlijk tijdens het schieten. Vervolgens stuurde ik zijn broertje ook boze berichtjes, waarna die mij gelijk opbelde en vertelde dat Stefan al drie kwartier geleden was vertrokken. Toen werd ik nerveus, ik hoorde ook sirenes. Maar ja, dat is niet heel gek, als je midden in Amsterdam woont. Toch besloot ik naar buiten te gaan, met Stefans broertje nog aan de lijn.”

‘WAT WAS ER GEBEURD?’

“Daar zag ik onze auto staan, doorzeefd door kogels. Ernaast stond een ambulance en lag er iemand op de grond met een wit laken eroverheen. Er drong nog niets tot me door. Ik vertelde de politie dat het mijn auto was en toen moest ik mee naar het bureau. Daar hoorde ik, na het beschrijven van zijn kleding, dat het slachtoffer waarschijnlijk Stefan was. Ik begon te schreeuwen, ik wilde naar de grond zakken, maar de vrouwelijke politieagent hield me in een soort houdgreep waar ik heel rustig van werd. Wat was er gebeurd?”

SCHAAMTE

“Die nacht ben ik verhoord en zat ik op zondagochtend half acht ineens met de hele familie. Niet in mijn eigen huis, want dat werd op dat moment doorzocht. Stefan lag al die tijd nog op de grond op straat, zodat het plaats delict intact zou blijven. Dat vond ik zó onmenselijk. Uiteindelijk heb ik mijn zoon nog een week naar andere vrienden gebracht, ik kon gewoon niet voor hem zorgen. Ik voelde me een hele slechte moeder, maar ik schaamde me ook kapot. Ik riep altijd dat mensen niet voor niets worden doodgeschoten: ‘ze ruimen elkaar zo op’. En nu was dit gebeurd. Ik wist zeker dat Stefan in niets crimineels verwikkeld was, maar had ik het nu over mezelf afgeroepen dat dit was gebeurd?”

PAPA ZOEKEN

“Uiteindelijk is gebleken dat het om een vergismoord gaat. Ons zoontje weet nu heel veel, maar toen hij twee was, natuurlijk niet alles. Na die week bij vrienden kwam hij weer thuis en vroeg hij gelijk waar papa was. Dat was twee dagen voor Stefans uitvaart. Ik vertelde dat papa dood was. Ruy is toen onder het bed gaan kijken, op zijn knieën. Dat vond ik het állerergste aan de hele situatie: zo’n peuter die op zoek gaat naar zijn vader.”

VOOROORDELEN OVER ROUW

“Na de uitvaart ging ik met vrienden naar Stefans favoriete kroeg, waar we hem echt herdachten en ik helemaal dronken weer uitrolde. Dat was echt heel fijn. Toch kreeg ik veel commentaar op mijn rouw. Zo vinden mensen dat ik toch minstens één keer per maand naar zijn graf moet gaan, dat ik te weinig huil en dat er te weinig foto’s van Stefan in huis hangen. Terwijl die er al nooit hingen en ik sowieso niet zo van de foto’s ben. Daar wil ik over gaan schrijven in mijn columns: over de vooroordelen van rouw, hoe krom die zogenaamde regels daarin zijn.”

SPREEKRECHT GEBRUIKEN

“In de rechtszaal wil ik gebruik gaan maken van mijn spreekrecht. Ik vind het wel lastig, ik weet nog niet wat ik wil zeggen. Uit berichten van de verdachten blijkt dat ze totaal geen berouw hebben om het feit dat ze de verkeerde hebben doodgeschoten. Dat raakt me echt, dat doet wel wat met mijn naïviteit. Ik wil ze vertellen wat voor impact hun fout op mij en mijn gezin heeft gehad. En dat komt ook in de columns terug.”

Add A Comment